Barmhartigheid is geen misdaad

4 juli 2025

Vorige week besloot de Tweede Kamer tot strafbaarstelling van illegaliteit en hulp aan mensen zonder papieren. Daarmee komen Nederlandse burgers die zich bekommeren om een ander in het beklaagdenbankje te staan.

Het verlangen naar gewetensvrijheid was een belangrijke reden voor de opstand tegen Spanje en het ontstaan van ons land. Verdraagzaamheid heeft onze culturele geschiedenis gevormd. Joden en Hugenoten werden er in de 17e en 18e eeuw verwelkomd. Vanuit een christelijke cultuur van naastenliefde hebben Nederlanders een eeuwenlange traditie van zorg voor mensen in nood.

Het besluit tot strafbaarstelling van (hulp bij) illegaliteit gaat in tegen deze cultuur van gewetensvrijheid en medemenselijkheid. Niet alleen worden vreemdelingen tot crimineel bestempeld, alleen omdat ze zich op Nederlandse bodem bevinden. Met deze wet ontneemt het parlement ook burgers de vrijheid om naar eigen geweten anderen die in ernstige nood verkeren te helpen, en uit barmhartigheid naast hen te gaan staan.

In de bijbel zegt Jezus: Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven, ik was een vreemdeling en jullie namen mij op. Alles wat jullie voor een van de minsten gedaan hebben, hebben jullie voor mij gedaan (Mt. 25). Het is ronduit cynisch dat partijen die zich beroepen op christelijke waarden en onze (joods-)christelijke cultuur, ingaan tegen het hart van de christelijke boodschap van naastenliefde. Voor hen is de Barmhartige Samaritaan kennelijk niet langer een voorbeeld van medemenselijkheid, maar een man die vervolgd zou moeten worden.