Herdenking van de martelaren in Apeldoorn – gebed voor wie vervolgd worden om hun geloof
22 april 2025
Op dinsdag 8 april vond in de Onze Lieve Vrouwkerk in Apeldoorn een oecumenische herdenkingswake plaats voor de martelaren en geloofsgetuigen van onze tijd. De wake werd geleid door Mor Polycarpus Aydin, Syrisch-Orthodox aartsbisschop, samen met voorgangers uit protestantse, orthodoxe en katholieke kerken.
Tijdens het gebed werden de namen genoemd van christenen die in het afgelopen jaar hun leven gaven vanwege hun geloof. De aanwezigen waren zichtbaar geraakt door de lange rij namen en de vaak vergeten verhalen die achter ieder van hen schuilgaan. In de gebeden van de verschillende voorgangers klonken de stemmen van kracht en lijden, hoop en volharding. Er werd gebeden voor wie vervolgd worden, voor wie zonder stem leven, voor wie lijden in stilte.
In zijn preek stond Mor Polycarpus stil bij het evangelie van de zaligsprekingen (Mattheüs 5, 1–12). Deze woorden noemde hij een “radicale verkondiging van hoe het Koninkrijk van God eruitziet”—een Koninkrijk waarin niet de machtigen of de rijken centraal staan, maar de armen van geest, de vredestichters en zij die vervolgd worden om de gerechtigheid.
De martelaren, zo sprak hij, zijn de zuiverste vredestichters: zij die het kwaad niet beantwoorden met geweld, maar met liefde, vergeving en trouw aan Christus. “Hun roep is er niet één van wanhoop, maar van eeuwige overwinning.”
Hij verwees onder meer naar de Trappisten van Tibhirine, die in 1996 in Algerije werden vermoord: mannen van gebed en verbondenheid, die tot het einde toe vasthielden aan hun roeping om aanwezig te zijn temidden van hun buren.
Ook citeerde hij de hymnen van Mor Ephrem, waarin de martelaren worden bezongen als “in hun bloed gedoopt” en als wierookkorrels die, in het vuur geworpen, hun geur verspreiden.
Tot slot riep Mor Polycarpus op om het voorbeeld van de martelaren serieus te nemen. Christen zijn, zei hij, is: de zaligsprekingen leven. “Hongeren naar gerechtigheid, wenen met wie lijden, en vrede verkondigen waar haat heerst. Maar bovenal: liefhebben, zelfs wanneer wij gehaat worden.”